Hé, is dat niet die Audi S8 van die ene achtervolging?

Ja, ja. Het is lastig om de eerste generatie Audi S8 – de D2, voor de modelcodenerds – te zien zonder ook te denken aan de films en series waarin hij figureerde. Naast Ronin weten we niet welke dat precies zijn, maar hij was er gewoon vaak bij. Met gangsters erin en op hoge snelheid. Hier bekijken we ’m los van z’n filmrollen naast z’n moderne naamgenoot, de vierde generatie S8, bij Audi intern D5 genoemd. Rare jongens, die Duitsers. De S8-badge verscheen al in 1996, maar tussen deze twee modellen zit twintig jaar.

Zal wel wat vermogen schelen dan…

Natürlich. Beide hebben een V8 en quattro-aandrijving. De Audi S8 D2 doet het met 360 pk uit een 4.2, de D5 haalt 571 pk uit een 4.0 met twee turbo’s – een blok dat bekend is van elke topper die de VW Groep uitpoept. Beide auto’s zijn begrensd op een top van 250, maar de nieuwe generatie klapt in 3,8 seconden vanuit stilstand naar 100; de oude sloft naar die snelheid in 6,6 seconden. Dat zijn wel stappen. Een nogal vlot schakelende automaat in de nieuwe is voor minstens twee seconden tijdswinst verantwoordelijk.

Veroudert die ouwe een beetje mooi?

Zeker. Hij heeft hier en daar een rimpeltje, z’n navigatiesysteem met die korrelige pixels is hilarisch en dat verbleekte hout op het dashboard is ook niet om over naar huis te schrijven. Hier en daar zijn plastic knopjes wat meer gaan glimmen. Maar let even niet op de details. Plant je billen in de vorstelijke bestuurdersstoel (die ernaast is net zo goed overigens) en kijk rond: dan zul je je realiseren dat de manier waarop het interieur van de oude je omarmt gelijk is aan hoe de nieuwe dat doet. Audi’s ergonomie en prettige luxe sfeer gaan verder terug dan je denkt.

Oké, maar hoe rijden ze dan?

Best op dezelfde manier, althans in sommige opzichten. Zet de automatische vijfbak van de oude S8 in D en je rijdt op dezelfde zijdezachte wijze weg als met de achttraps automaat uit 2021. Beide zijn in staat om onbehoorlijk hard weg te accelereren, maar de realiteit is dat ze meer aanmoedigen om het lekker relaxt te doen. Ook al ging het er in de films die je je herinnert nogal anders aan toe met de Audi S8.

Leuk hoor. Maar ik wil hard!

Doe dit in de oude S8 en hij handelt het slim af: hij voldoet aan geen van de twee ingesleten Audi-clichés (dat ie te stijf is en veel onderstuur heeft). Hij doet gewoon wat ie moet doen – snel zijn – en pompt ondertussen een heerlijke V8-baslijn in je oor. Ja, de atmosferische motor moet hard werken om te presteren waar de D5 in elk toerengebied scheppen vermogen kan loslaten. Grappig: de S8 was in 2001 het vlaggenschip van Audi – de dikste en duurste van het merk.

Dat is de S8 van nu niet meer?

Nou, nee. Of beter: anders. Hij heeft nu de ruimte om nog meer limo te zijn. Je hebt bergen meer plek achterin dan in de D2 terwijl de vierwielbesturing voor een opmerkelijke wendbaarheid zorgt. Hij probeert niet om een vette, luidruchtige AMG-rivaal te zijn; hij is meer zo fluisterstil als een elektrische auto – als je niet aan het pushen bent. En dat elektrische is zeker ook een natuurlijke volgende stap voor de S8. Hoe welkom zijn V8-sound ook is, veel van de slimme S8-trucs zouden net zo indrukwekkend zijn als ze werden geleverd door batterijen. Al krijg je dan wel heel stille achtervolgingsscènes in films en series waarvan je later de naam niet meer weet…