Bij de GP van Amerika in 2005 finishten maar zes auto’s

Kun je je de discussie over de kombocht op Zandvoort nog herinneren? Er waren zorgen dat de Pirelli-banden de krachten van de snelle bocht niet aankonden. Die zorgen waren niet ongegrond. Hoewel het in Nederland uiteindelijk goed ging, liep dat tijdens de GP van Amerika in 2005 op Indianapolis wel even anders. In het jaar dat zowel Christijan Albers als Robert Doornbos (als reserve- en testcoureur) in de F1 reed, finishten uiteindelijk maar drie teams. Veertien coureurs kregen een DNS. Oftewel: ze gingen niet van start.

Hoe kon het zover komen? Welnu, in 2005 waren de bandenregels van de F1 heel anders: er waren twee leveranciers – Bridgestone en Michelin – in plaats van één. Coureurs mochten slechts één set banden gebruiken voor zowel de kwalificatie als de race. Over het algemeen hadden de zeven teams die op Michelins reden het voordeel. De vier beste constructeurs in het klassement gebruikten allemaal Michelin. Maar de baan van Indianapolis is anders dan andere banen.

Een klapband voor Ralf Schumacher

Dat werd goed duidelijk toen Ralf Schumacher in bocht dertien eruit vloog door een klapband linksachter. De Duitser raakte zwaargewond en werd vervangen door Ricardo Zonta. De Michelins konden de krachten in de snelle bocht niet aan. Al helemaal niet omdat de baan opnieuw was geasfalteerd. Het bandenmerk kondigde aan dat het de veiligheid slechts tien ronden kon garanderen; de race zou 73 ronden duren. Dit was op zijn zachtst gezegd een probleem.

En zo begon de gekke strijd om een ​​snelle oplossing. De FIA ​​stelde voor dat de Michelin-teams gewoon langzamer zouden rijden, maar dit idee werd verworpen. Een andere compound? Niet beschikbaar. De regel schrappen voor het rijden met slechts één set banden? Veertien auto’s zouden dan acht pitstops moeten maken en er waren simpelweg niet genoeg banden beschikbaar op zo’n korte termijn.

Een chicane om de snelheid eruit te halen

Uiteindelijk vroegen de teams of ze in bocht dertien een chicane konden installeren om iedereen af ​​te remmen, en toen escaleerde de boel. De FIA ​​weigerde omdat eventuele wijzigingen aan de baanindeling het onmogelijk zouden maken om de veiligheid te garanderen. Ze dreigden zelfs al hun personeel van het circuit te halen om de hele GP te stoppen. De teams vroegen zich even af ​​of ze alle posities met hun eigen personeel konden invullen om een race voor spek en bonen te rijden. Ook die vlieger ging niet op.

De start van de GP van Amerika in 2005

Zonder compromis in zicht, kregen de teams op Michelins het advies om niet te racen. Ze stonden allemaal opgesteld op de grid zoals vereist door de regels, waardoor de toeschouwers dachten dat alles normaal verliep. Maar aan het einde van de formatieronde ging iedereen meteen terug naar de pits, behalve de auto’s van Ferrari, Jordan en Minardi – die op Bridgestones stonden.

Het verbijsterde publiek keek toe terwijl Michael Schumacher en Rubens Barrichello wegreden aan de voorkant en de twee overgebleven teams – die achteraan kwalificeerden – streden om de derde plaats. Uiteindelijk was het Tiago Monteiro van Jordan die de derde plek scoorde. Hij is de eerste en tot nu toe enige Portugese coureur die een F1-podium behaalde. De Nederlander Christijan Albers van Minardi werd vijfde.

Monteiro – die zich als zeventiende had gekwalificeerd – liet zich niet weerhouden om zijn podiumplek te vieren tijdens de GP van Amerika op Indianapolis in 2005. Schumacher en Barrichello trokken zich snel terug naar het podium onder een koor van boegeroep. Twee jaar later viel het doek voor de F1-race op Indianapolis. Tegenwoordig racen de coureurs in de VS op het Circuit of the Americas.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *