De organisatie achter de F1 heeft niet zo’n vertrouwen in de elektrische revolutie. Zij schatten dat in 2030 slechts 8 procent van alle 1,8 miljard auto’s elektrisch is. De overige 92 procent is dus (deels) afhankelijk van benzine of diesel. Daarom werkt de F1 aan een eigen duurzame, synthetische brandstof. Deze brandstof zal eerst richting de racerij gaan en later ook breder verkocht worden.

Synthetische brandstof: over een paar jaar in de F1

In 2025 moeten F1-auto’s al rijden op de nieuwe duurzame peut. De benzine moet ook in normale auto’s te gebruiken zijn zonder enige aanpassingen aan het voertuig. Het plofwater wordt gemaakt van afval, biomassa of opgevangen koolstof. Volgens de F1 zorgt de duurzame peut voor 65 procent minder broeikasgassen dan reguliere peut. De energiedichtheid is gelijk aan die van huidige benzine.

De in een laboratorium gemaakte benzine is onderdeel van F1’s streven om in 2030 helemaal CO2-neutraal te racen. In 2022 zet het kampioenschap de eerste stap door over te stappen op E10-brandstof, die voor 10 procent uit ethanol bestaat. Deze benzine komt in Nederland ook uit de pomp als je 95 tankt. Naast de F1 werkt ook Porsche aan een synthetische brandstof.

De uitleg van F1