Weinigen weten dit, maar Renault-ontwerpers maakten in eerste instantie twee versies van de nieuwe Renault Megane E-Tech: een gewone hatchback en een chiquere, sportievere uitvoering, met brede spatborden en agressieve bumpers. ‘De financiële afdeling vond die sportversie maar niets’, zegt Laurens van den Acker, Renault-designhoofd, met enige verontwaardiging.

Maar toen kreeg Renault een nieuwe baas, Luca de Meo. Op zijn tweede dag, 2 juli 2020, keek hij naar beide prototypes en zei: ‘Gewoon alleen die maken.’ Hij wees naar de sportieve variant. De ‘basisauto’ werd de vergetelheid in geschoven.

De Renault Megane E-Tech die nu het daglicht te zien krijgt, is een scherp gebeiteld blok dat brutaal op z’n wielen staat. De details die eroverheen zijn gesprenkeld, zijn helemaal de nos jours: dak en wielkastranden in een contrasterende kleur, een chromen boog over de ramen, lampen met haast kalligrafische details. En hij is nogal aero-glad. Dat moet ook, want deze nieuwe Renault is elektrisch – en enkel elektrisch. Z’n dak is 70 millimeter lager dan dat van een VW ID.3.

De binnenkant van de Renault Megane E-Tech

Ah, nu we het toch over de ID.3 hebben: eens kijken naar het interieur van de Megane, mogelijk de grootste reden dat je er een zult willen hebben (niet hier, geen ruimte, doe maar internet). Waar de VW kaal en spartaans is, komt Renault weelderig en groots uit de hoek. Zowel het centrale aanraakscherm als het display voor de bestuurder zijn fors, informatief, responsief en grafisch aantrekkelijk. Ook dit is niet alom bekend: Renault kocht de Franse software-afdeling van Intel, een groep van 500 knappe koppen.

Zo mogelijk nog beter is het feit dat dit interieur niet alleen om chips draait. De accenten zijn zowel luxueus als fris: zwierige, interessante geperforeerde stukjes soort-van-hout, een gestikt, aardig plausibel leerachtig dashboardovertrek, tactiele metalen, bekleding met textuur. En een paar mooie rijen echte knoppen om te voorkomen dat je al rijdend voor elk wissewasje in een submenu moet duiken.

De Renault Megane E-Tech is voorwielaangedreven

Aangezien de VW alles uit de kast haalt om zijn achterwielaangedreven natuur te verhullen, maakt het niet uit dat de Megane voorwielaangedreven is. Hij voelt laag en lenig aan als je hem bestuurt. Hij neemt bochten met precisie, er is weinig vertraging of rolneiging. Hij is zo’n 100 kilo lichter dan de VW en komt wendbaar over, zelfs al is de besturing nogal doods. Hij maakt goed gebruik van zijn lage zwaartepunt en zijn veercomfort gaat niet gepaard met hellen en duiken. Wind- en bandengeruis worden onderdrukt. Hij is levendig als een warme hatch, maar toch sereen.

Als je een spreekwoordelijke duik neemt in de wateren van de batterijchemie, omvormertechnologie, elektromotorontwerp en warmtewisselaars, kom je erachter dat de technieken die hier zijn toegepast van de bovenste, of toch zeker van de bijna-bovenste plank zijn. Renault heeft gigantisch veel ervaring op dit gebied.

En ze zijn eerlijk genoeg om erbij te zeggen wat weinig andere merken opgeven, maar wat voor alle EV’s geldt: op de snelweg met 130 km/u is het bereik niet meer dan twee derde van de WLTP-actieradius. De Megane is efficiënt, hij haalt 470 kilometer uit zijn 60-kWh accupakket. Dat moet genoeg zijn.

Niet alle EV’s zijn gelijk

Deze auto ontkracht de opvatting dat ‘alle elektrische auto’s hetzelfde zijn’. Een benzine-Golf, een Focus en een 308 zijn zelfs meer ‘hetzelfde’ dan een Megane, een ID.3 en een Leaf. Niet alleen door z’n manier van rijden, maar door z’n lay-out, z’n aankleding en de ruimtelijke prioriteiten in z’n cabine. En door hoe hij eruitziet. Veel elektrische auto’s zijn verstandig en stemmen tevreden. Maar deze is ook nog eens begeerlijk.