Wat de Mercedes EQS zo fascinerend maakt (en een beetje ongemakkelijk), is dat hij in het leven is geroepen om het stokje der overdadige landjachten naar de elektrische toekomst te dragen – terwijl dat stokje nog door een ander wordt vastgehouden. De Mercedes S-klasse wordt nog steeds gebouwd. De nieuwste, verbijsterende zevende generatie is pas ongeveer een jaar te koop. Met de EQS doet Mercedes een poging om iets te bereiken wat weinig andere fabrikanten de afgelopen 50 jaar is gelukt: een rivaal bouwen die de S-klasse letterlijk de baas kan.

Hier moet ik even over nadenken. Een uurtje of acht moet wel genoeg zijn. De versie van het nieuwe Benz-vlaggenschip met de grootste actieradius is ook de minst dure: de Mercedes EQS 450+, die z’n enorme 107-kWh accu enkel leegt via een enkele, achterin geplaatste motor.

De actieradius van de Mercedes EQS 450+

De officiële opgave is een monsterlijke 731 kilometer aan maximaal bereik. En als we even naar Google Maps kijken, moet dat genoeg zijn om van de hoofdstad van Schotland naar die van Engeland te rijden zonder bij een publieke lader te hoeven stoppen en te worden verleid tot de aanschaf van flauwe poederkoffie en een 3-in-1 telefoonhouder/ijskrabber/hoofdzaklamp.

Maar dit verhaal over een lang-stuk-rijden-met-een-EV is niet als alle andere, want ik ga helemaal niets behulpzaams doen. Ik zet de airco aan, de lucht binnenin wordt gezuiverd en geparfumeerd, er worden apparaten opgeladen, mijn achterste wordt gemasseerd, verwarmd en geventileerd. Soms allemaal tegelijk.

Hypermilen gaan we niet doen

Niemand gaat een dikke euroton betalen voor de ultieme belichaming van uitstootloze Duitse weelde en vervolgens angstvallig hypermilen met een viezig vaatdoekje op schoot om de beslagen ramen schoon te vegen. De EQS moet een uitzonderlijke elektrische sedan zijn, maar ook uitzonderlijk stressvrij en verlichtend vervoer. In 2021 kunnen EV’s nog niet echt oog in oog staan met ‘stressvrij’.

Het begint allemaal prima. Ik haal de Mercedes EQS 450+ op bij Mercedes’ hoofd­kantoor in de South Midlands. Hij is klaargemaakt door een man met heliumschoenen en een heel vroeg rinkelende wekker. Op het dashboard staat een trotse, verdacht optimistische 779 kilometer actieradius te lezen. Ik ben van plan om naar Edinburgh te zoeven, een paar sexy foto’s in het donker te maken van wat met gemak het prachtigst verlichte auto-interieur op aarde is, ’s nachts in te pluggen en goed mijn rust te pakken voordat we morgen ontspannen zuidwaarts rollen.

Een lekke band gooit roet in het eten

Het universum is het er niet mee eens. Enkele honderden meters ten noorden van de grens verandert de enige EQS-linkerachterband in het VK in een kwestie van seconden in een flappende pannenkoek. De wand van de band is lek. Snert.

Mijn cameradragende collega’s en ik stappen mokkend in onze supportauto, een S 400 d, en druipen af naar de dichtstbijzijnde McSchuilplaats in Berwick-upon-Tweed. Hulp komt enkele uren later en de band wordt gerepareerd. Niets van dit alles is de fout van de EQS, maar plotseling moeten we ons naar Edinburgh haasten, ben ik moe en prikkelbaar en hebben we kostbare fotografie- en laadtijd verkwist.

Wanneer ik mijn hoofd laat zakken in de kussenhoofdsteun van de EQS begint z’n butlerachtige persoonlijkheid meteen op mijn humeur in te werken. Dit is geen auto waarin je ook maar een moment gespannen kunt blijven – hij is zo heerszuchtig dat je kwaadheid op de wereld vanzelf wegebt. Een goede nacht slaap en geheugenkaartjes vol kunstig belichte shots mogen nu dan een verre fantasie zijn, maar wanneer ik naar bed ga, heb ik er het volste vertrouwen in dat ik Admiralty Arch – mijn zelfgekozen finishlijn, 639 kilometer naar het zuiden – zonder slag of stoot zal bereiken.

De Mercedes EQS past de geschatte actieradius aan

Het algoritme is van slag door onze snelle rit naar het vertrekpunt. Na een nacht laden staat de accu op 100 procent, maar de voorspelling is slechts 619 kilometer. Ach, dat zal vanzelf weer oplopen wanneer we kalm vanaf Edinburgh Castle afdalen naar de stadsgrens.

Nee hoor, we zijn nog steeds niet aan het hypermilen. We rijden de A1 op – een directere, zij het een half uur langzamere route die veel mooier en uitdagender is dan de suffe M6-snelweg – tikken 120 km/u aan en blijven daar hangen. We halen vrachtwagens in, en de Nissan Leafs en Jaguar I-Paces die wanhopig in hun slipstream blijven hangen.

De EQS is een magnifieke afstandsverslinder. Je zou uiteen kunnen zetten waarom dat zo is – z’n gestrekte wielbasis van 3,2 meter, z’n recordbrekend lage luchtweerstand, geen Victoriaanse ontploffende brandstof om de ambiance te verstoren – maar dat gaat een beetje voorbij aan het effect, als een illusionist die z’n truc verklaart of een cabaretier die de grap uitlegt.

Hij is Rolls-Royce Phantom-achtig vredig

Het is net als wanneer je je afvraagt of je doof bent geworden als een vermoeide ouder op een volgeladen Airbus eindelijk zijn of haar gillende kind stil heeft gekregen: je weet pas echt hoe slopend een aanhoudend geluid is als het wegvalt. Een S-klasse krijgt dit niet voor elkaar. Niet op deze manier.

Luxe is niet alleen kil metaal, geurig leer en smaakvol hout, hoewel dit alles rijkelijk en prachtig aanwezig is in de EQS. Het gaat om het besparen van tijd, om het beperken van inspanning. Sinds ik de EQS reed, stoort het me dat andere auto’s hun deuren niet voor me openen wanneer ik de greep aanraak. Of ze sluiten wanneer ik kort op het rempedaal druk. Ook bieden de meeste andere EV’s lang niet zo’n uitgebreide kaart met laadpunten. Hmm. Daar komen we zo op terug.

Het verbruik van de Mercedes EQS 450+

Eenmaal in Engeland blijft het verbruik hangen op 5,8 kilometer per kWh. Dat is bijna twee keer zoveel als ik met een Audi e-tron SUV wist te halen, maar nog altijd komen we bijna 130 kilometer aan voorspeld rijbereik tekort. Volgens dit gegeven zouden we zo’n beetje bij Brent Cross zonder stroom komen te staan. Ik zet de cruisecontrol op 111 en stel de airco in op Eco. Een iets meer verantwoorde vorm van luxe.

In tegenstelling tot in een Rolls of Maybach wil je in deze auto voorin zitten, niet onderuitgezakt in de (zeer ruime) achterstoelen waar de vloeiende C-stijlen je hullen in coconachtige privacy. Niet omdat dit nou zo’n vermakelijke machine is om te besturen – hij is slechts vlot, niet herkauw-je-oesterlunch snel, en de ophanging is eerder old-school soepel dan allergisch voor rolneiging.

Nee, je wilt vooral op de stoel van de captain zitten zodat je de zeggenschap hebt over het Hyperscreen. Het zijn eigenlijk drie losse displays onder een grote, geharde anti-reflectieve glasboog van 55 inch – een ambitieuze anti-Tesla mic drop van Mercedes.

Tot dusver is het niet perfect. Het renderen van de menu’s ligt precies op de limiet van wat de processoren aankunnen en de helft van de functies aan de passagierskant is tijdens het rijden niet beschikbaar, zodat de bestuurder niet wordt afgeleid. Maar als technologische intentieverklaring van het oudste merk in de industrie is dit een sensationeel pronkstuk.

De accu raakt leeg

Het belangrijkst zijn de pixels die een gele batterijwaarschuwing tonen wanneer ons nog 50 kilometer bereik rest, terwijl we er nog 72 moeten afleggen. Ik ben niet van plan om op een vrijdagmiddag een Londense verkeersslagader te blokkeren. Ik wil de EQS niet in Groot-Brittannië welkom heten door hem onwaardig aan de kant van de weg te parkeren. Hij verdient beter.

Bij Hatfield gooi ik de handdoek in de ring. We hebben dan 610 stille kilometers achter de rug. Het Hyperscreen laat braaf de lokale laders op de kaart zien, gefilterd naar snelheid, en geeft aan welke ook echt functioneren en welke bezet zijn. Alles wat het zegt, klopt ook. Dus zelfs wanneer het voortzetten van de reis in het gedrang komt, zuigt de EQS actief je benauwdheid op. Hij is een fabuleuze mix van traditionele luxe – iets waar Tesla alleen maar van kan dromen – en (eindelijk, Mercedes) de oprechte bedoeling om een geloofwaardige elektrische auto neer te zetten.

De ideale EV is fors van formaat, moeiteloos snel, zwaar en griezelig stil. Logischerwijs is de beste soort EV dan ook niet een sportauto, een offroader of zelfs een familiehatchback; het is een plutocratische vierdeurs sedan. De Mercedes EQS maakt er maximaal gebruik van. Goed genoeg voor 650 kilometer zonder te stoppen? Dat niet helemaal. Goed genoeg om de draad op te pakken waar de S-klasse hem laat vallen? Zonder enige twijfel.