Het idee van rekeningrijden is inmiddels al oud genoeg om zelf te mogen rijden. Het is zelfs zo oud dat het al rugpijn heeft bij het opstaan en klaagt over vreselijke katers; al in de jaren negentig praatte het kabinet over het betalen naar gebruik van de auto. Je mag het ook kilometerheffing noemen. Het lijkt er nu toch echt te komen. ‘Op de lange termijn is het aanstaande kabinet van plan een vorm van rekeningrijden in te voeren. Dat betekent dat automobilisten per gereden kilometer betalen. Het idee is vele jaren geleden al geïntroduceerd, maar de VVD was er tot voor kort altijd op tegen’, zo meldt de NOS in een artikel over het akkoord van het nieuwe kabinet. Er zitten echter flink wat haken en ogen aan het idee.

Wat is rekeningrijden en wat gebeurt er met de wegenbelasting?

In de basis is rekeningrijden ‘betalen naar gebruik’. Nu betaalt iedereen voor het hebben van een auto een vast bedrag per maand. Het maandelijkse zakgeld aan de fiscus noemen we motorrijtuigenbelasting (MRB) en de hoogte is afhankelijk van het gewicht van de auto, de brandstof en in welke provincie de auto geregistreerd staat. Elektrische auto’s betalen momenteel geen wegenbelasting om de aanschaf van EV’s te stimuleren; deze maatregel geldt tot 2024. De exacte uitvoering van het rekeningrijden is nog niet bekend, maar over het algemeen wordt aangenomen dat rekeningrijden de wegenbelasting vervangt. Of in ieder geval dat de MRB flink afneemt.

De soorten kilometerheffing

Er zijn verschillende invullingen voor de kilometerheffing. Om te beginnen is er de vlaktaks, waarbij iedereen hetzelfde bedrag per kilometer betaalt. Dan is er de spitstaks, waarbij kilometers tijdens de spits extra duur zijn. Dit moet mensen ontmoedigen om tijdens de spits te rijden met het doel files te laten krimpen. Extra betalen voor een plaats – neem een stadscentrum – is ook mogelijk. Dan is er de ecotaks, waarbij onzuinigere auto’s meer per kilometer betalen om groene auto’s te stimuleren. Ook is er een variant waarbij alleen rijders van elektrische auto’s betalen, omdat brandstofrijders al accijnzen betalen. Een combinatie van plaats, tijd en uitstoot is uiteraard ook mogelijk.

Daarnaast is er nog een andere vorm, die officieel niet onder rekeningrijden valt. Een hoop mensen zijn voorstander van het verhogen van de brandstofprijzen en het afschaffen van de wegenbelasting. Zo creëer je automatisch een situatie waarbij je indirect belasting betaalt per kilometer – bij onzuinige auto’s komt de maatregel harder binnen. Echter is deze vorm van rekeningrijden inmiddels achterhaald, want elektrische auto’s tanken niet – en ook die bestuurders moeten uiteindelijk per kilometer gaan betalen.

De voordelen van rekeningrijden

Dit is niet de motivatie van het nieuwe kabinet, maar voor autoliefhebbers met meerdere auto’s is er wel een voordeeltje. Wie nu meerdere auto’s op de oprit heeft staan, betaalt voor elke exemplaar wegenbelasting. Straks zou je alleen betalen voor de auto die je gebruikt. Wie meerdere auto’s heeft en er maar één tegelijk gebruikt, zou voordeliger uit kunnen zijn. Ook de mensen die maar heel weinig rijden en toch een auto voor de deur hebben staan, kunnen voordeliger uit zijn.

Uiteraard is mensen met meerdere auto’s een voordeeltje gunnen niet het hoofddoel. Met de kilometerheffing kan groener rijden worden gestimuleerd. Wie een zuinigere (of elektrische) auto kiest, gaat wellicht nog meer besparen dan nu het geval zou zijn. Bovendien kan er gestuurd worden op het tijdstip met de spitstaks, om zo files te laten afnemen.

Overigens zijn veel Nederlanders wel voorstander. Volgens een onderzoek van Multiscope van dit jaar zijn de Nederlanders om. Of in ieder geval de mensen die zij ondervroegen. Het bureau deed een onderzoek onder ruim 3.000 Nederlanders waaruit blijkt dat rekeningrijden bij 58 procent van hen de voorkeur geniet boven vaste belastingen.

De nadelen van rekeningrijden

Om te beginnen wordt de praktische uitvoering een heel grote en kostbare klus. Hoe ga je in hemelsnaam bijhouden waar, wanneer en hoeveel alle auto’s rijden? Voor nieuwe auto’s zou dat softwarematig misschien heel eenvoudig kunnen, maar hoe timmer je dat dicht in combinatie met de privacywet? Mag de regering echt elke auto volgen? En hoe zit het dan met oude auto’s? Krijgen alle oudere modellen een GPS-kastje? Daar gaat ook niet iedereen mee akkoord. En hoe voorkom je fraude van mensen die het kastje uitbouwen en thuis laten liggen?

Een andere manier is om camera’s langs de weg te plaatsen die kentekens herkennen. De vraag is of je letterlijk door heel Nederland camera’s langs de weg wilt zetten. Qua kosten én qua privacy. Of zet je ze alleen langs de snelweg? Maar hoe ga je dan weer sluipverkeer tegen? Hoe dan ook wordt het een kostbare onderneming. Nog een optie is de kilometerstand noteren bij de APK, maar ook dit gaat niet werken. Nieuwe auto’s hoeven de eerste jaren nog niet gekeurd te worden en het zou heel fraudegevoelig zijn. Bovendien wil je niet één keer per jaar een enorme rekening krijgen, of wel?

Nog een obstakel

En hoe krijg je de bedragen eerlijk? Als het kabinet besluit dat auto’s met een hogere uitstoot meer moeten betalen per kilometer, dan moeten er degelijke uitstootgegevens komen. Oudere auto’s zijn gemeten via de verouderde NEDC-cyclus. Deze meetmethode geeft andere gegevens van de huidige WLTP-meetmethode. Is het eerlijk om oudere auto’s te belasten via een uitstoot die eigenlijk niet klopt? En hoe zit het dan met plug-in hybrides – die zijn alleen zuinig als je ze oplaadt. Toegegeven, dat laatste is al een dilemma van de afgelopen jaren.

Wanneer gaan we rekeningrijden?

Zoals je merkt zitten er flink wat haken en ogen aan het voornemen om kilometerheffing in te voeren. De NOS verwacht dat het dan ook nog wel eventjes duurt; misschien zelfs pas na dit kabinet. Dat zou betekenen dat we pas na 2025 van start gaan met rekeningrijden. Dit rijmt met een eerder bericht uit 2019, waarin de Tweede Kamer zei dat rekeningrijden in 2026 zou komen. De gekozen methode en de gekozen manier van heffen zal tegen die tijd ook afhangen van de samenstelling van het wagenpark. Als 90 procent al elektrisch rijdt (onwaarschijnlijk, maar je weet het niet) dan zal er minder nadruk liggen op de vergroening van het wagenpark.