Rollers op hectometerpalen: dit doen ze

Uilen en autospotters hebben redelijk wat gemeen. Beide staan graag langs de weg op zoek naar een doelwit, en beide kunnen daarbij onverhoopt gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaken. De twee zijn trouwens makkelijk te onderscheiden: de een roept ‘oehoe’ en de ander ‘wajo’.

Voor de uilen langs de weg is in ieder geval een oplossing bedacht. Rijkswaterstaat plaatste eerder dit jaar blauwe rollers op de hectometerpalen langs de A15 en de A29. Hierdoor kunnen kerkuilen niet meer landen op de borden.

Hoe werken de blauwe rollertjes op de hectometerpaaltjes?

Kerkuilen landen graag op de borden om muizen en andere lekkernijen te spotten. ‘We zien dat met name jonge onervaren kerkuilen slachtoffer worden van de zuigende werking van voorbijrijdend verkeer. Als ze op een hectometerpaaltje zitten en willen wegvliegen, worden ze door de turbulentie meegezogen en komen dan op de rijbaan terecht. […] Als kerkuilen op een roller landen, kunnen ze niet blijven staan en verliezen ze hun evenwicht. Ze vliegen weer weg en kunnen dan landen op een veilige zitpaal’, zegt Claudia Rodrigues, natuuradviseur bij Rijkswaterstaat.

Waar moeten de uilen nu landen?

Tegelijk met de rollers plaatste Rijkswaterstaat zitpalen van zo’n drie meter hoog. Deze staat minimaal vijf meter van de berm af en dienen als landplek voor de kerkuilen. Vanaf de zitpalen kunnen de vogels veilig op jacht gaan naar muizen. Voor autospotters maakt Rijkswaterstaat geen aanpassingen aan de snelweg, die staan meestal op veilige hoogte op een viaduct of talud.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *